Waarschuwing plaagdierbestrijding

Het gekozen artikel valt onder speciale regelgeving ten aanzien van plaagdierbestrijding: het betreft namelijk een bestrijdingsmiddel voor professioneel gebruik. 

A. Muizen- en rattengif:

Als plaagdierlicentiehouder of ongediertebestrijder kun je bij Landbouwwinkel.nl de grootverpakkingen rattengif en muizengif (rodenticiden) online bestellen. Als particulier kun je deze artikelen niet bestellen. Vereist is namelijk vanaf 1 juli 2015 dat je in het bezit bent van een geldig bewijs van vakbekwaamheid "uitvoeren Knaagdier Beheersing Agrarisch bedrijf (KBA)". Daarom hebben wij voor uitlevering een geldige kopie van je KBA licentie nodig. Dus van je pasje vakbekwaamheid voor de uitvoering van knaagdierbeheersing, uitgereikt door Bureau Erkenningen. Deze eis geldt voor de verpakkingen muizengif en rattengif voor professioneel gebruik. Je kunt deze kopie van je pasje na je online bestelling per email naar ons sturen o.v.v. je ordernummer, naam en adresgegevens. 

Het gebruik van vallen en vangkooien is zonder geldige KBA licentie overigens wel toegestaan.

B. Vliegenbestrijding en overige professionele bestrijdingsmiddelen:

Voor het bestellen van professionele bestrijdingsmiddelen tegen vliegen, insecten, etc. geldt dat je beschikt over een geldig KvK-nummer én UBN-nummer. Je kunt daartoe een recent KvK uittreksel (max. 1 jaar oud) en je UBN nummer per email naar ons sturen o.v.v. je ordernummer, naam en adresgegevens.

Wij leveren bijna alle merken ratten- en muizengif. Het assortiment van Landbouwwinkel.nl is enorm, met o.a.: Storm, Rodilon, Super-Caïd, Klerat, Sorkil, Talon. Je kunt de grootverpakkingen rattengif en muizengif (rodenticiden) uitsluitend online bestellen. Telefonische bestellingen worden niet aangenomen. Ook is het uitgesloten dat wij professionele rodenticide (rattengif en muizengif) verpakkingen leveren aan agrarische bedrijven zonder bewijs van vakbekwaamheid en aan particulieren. Voor leveringen naar het buitenland geldt speciale regelgeving. Informeer daartoe vooraf per email.


Ad A.: Extra toelichting m.b.t. ongediertebestrijding (onder voorbehoud van wijziging regelgeving en drukfouten):

Knaagdierenbestrijding, hoe zit het nu?


Aangescherpte eisen!
De regels voor veehouders die zelf ratten willen bestrijden, zijn recent flink aangescherpt. Wie rondom zijn stal of bij voeropslagplaatsen buiten rattengif wil neerleggen, moet werken volgens het IPM-protocol Rattenbeheersing en in het bezit zijn van het vakbekwaamheidscertificaat KBA-GB. Iets waar niet iedereen van op de hoogte is.

Gebruik rattengif aan banden

De tijd dat melkveehouders naar eigen goeddunken links of rechts wat rattengif konden strooien, is voorgoed voorbij. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Cgtb) legt het gebruik van rodenticiden sinds enige jaren steeds meer aan banden. Particulieren mogen alleen maar middelen gebruiken ter bestrijding van muizen in woningen en alleen de gediplomeerde plaagdierbeheerser mag middelen gebruiken ter bestrijding van muizen en ratten in en rondom woningen en gebouwen. Een uitzondering geldt voor agrariërs. Tot 1 juli 2015 waren zij vrijgesteld van het hebben van een diploma, maar ze moeten momenteel minimaal beschikken over het vakbekwaamheidsbewijs Knaagdierbestrijding Agrarisch (KBA).

Doorvergiftiging
Het Cgtb wil het gebruik van rodenticiden – de officiële naam voor ratten- en muizengif – inperken vanwege het risico op doorvergiftiging. De huidige generatie rodenticiden doodt de ratten niet direct; ze moeten er een aantal dagen van eten. Het gif (een antistollingsmiddel, dat zorgt voor inwendige bloedingen) breekt maar zeer langzaam af in het verzwakte of dode dier. Een roofvogel, kraai of kat die vervolgens zo'n zieke of dode rat opvreet, kan zelf ook ziek worden. Al het gif dat die niet-doeldieren op die manier binnen krijgen, stapelt zich op, waardoor ze uiteindelijk ook doodgaan. Omdat het risico op doorvergiftiging het grootst is wanneer het rattengif buiten ligt, heeft het Cgtb bij de herbeoordeling van die middelen het etiket aangepast. Met ingang van 2017 geldt dat rodenticiden voor buitengebruik alleen mogen worden ingezet als er wordt gewerkt volgens het IPM-protocol Rattenbeheersing. De afkorting staat voor Integrated Pest Management, geïntegreerde plaagdierbestrijding. Het gevolg hiervan is dat boeren die rondom de stallen en bij voeropslagplaatsen zelf de ratten willen blijven bestrijden, aan vrijwel dezelfde regels moeten voldoen als professionele rattenbestrijders.

Speciale regels voor gebruik buiten
Wat betekent dat in de praktijk? Boeren hadden al een KBA-certificaat nodig voor het aanschaffen en gebruiken van rodenticiden. Vanaf 2017 geldt dat ze voor het gebruik van die middelen buiten moeten werken volgens het IPM-protocol Rattenbeheersing. Dat wordt op twee manieren geborgd: via certificering van het bedrijf en via certificering van de melkveehouder. Veehouders moeten hun vakbekwaamheidslicentie uitbreiden tot KBA-GB. De afkorting GB staat voor 'geïntegreerde bestrijding', maar wordt ook wel aangeduid als 'gebruik buiten'. Veehouders moeten voor de GB-aantekening een apart examen afleggen, dat specifiek ingaat op het beheersen van rattenpopulaties rondom gebouwen en voedselopslagplaatsen.

Bedrijf IPM-proof?
Daarnaast moeten ze binnen het IPM-protocol ook hun bedrijf laten certificeren. Dan komt iemand van een certificeringsorganisatie beoordelen of het bedrijf IPM-proof is. IPM gaat uit van het principe 'voorkomen is beter dan genezen'. De nadruk ligt dus op preventie. Eerst moet de omgeving voor de ratten onaantrekkelijk worden gemaakt. Rommelige plekken waar ratten makkelijk kunnen schuilen of nestelen, of plaatsen waar ze makkelijk aan voer kunnen komen, moeten worden aangepakt. Als er overlast van ratten is, geldt binnen IPM dat ze eerst 'mechanisch' moeten worden bestreden, met klemmen en vallen. Pas als het écht niet anders kan, mogen chemische middelen worden ingezet om de plaag onder controle te krijgen. Rodenticiden gelden dus als laatste redmiddel. Dat is ook verstandig, om te voorkomen dat de resistentie tegen deze middelen uitbreidt. Volgens het Cgtb is 25 procent van de rattenpopulatie nu al resistent.

Zonder logboek is rattenbestrijding niet compleet
Werken volgens het IPM-protocol betekent dat ook veehouders net als professionele plaagdierbestrijders een logboek moeten bijhouden. Hierin dienen ze nauwgezet alles te registreren wat ze doen rond de rattenbestrijding. Dat begint bij een risico-inventarisatie en monitoring van de aanwezigheid van ratten. Daarbij hoort een plattegrond van de bedrijfsgebouwen waarop wordt aangegeven waar vallen en lokaas zijn neergezet. Verder moet worden geregistreerd welke preventiemaatregelen zijn genomen, waar en wanneer de rodenticiden zijn aangeschaft, waar en wanneer het gif is uitgezet, hoeveel gif er bij controle is opgegeten (wegen!), wat er is gevangen en wanneer, hoeveel gif er is weggegooid – letterlijk alles moet worden vastgelegd. Ook al zijn veehouders KBA-GB gecertificeerd: wie het logboek niet goed bijhoudt, loopt bij controle door de NVWA alsnog het risico op een boete.

Ontwikkelingen gebruik rodenticiden
Tot 30 juni 2015: gebruik van rodenticiden (ratten en muizengif) toegestaan voor gediplomeerde plaagdierbeheersers en agrarische ondernemers volgens etiketvoorschrift. Na 1 juli 2015:. Agrariërs die op het eigen bedrijf rodenticiden willen inzetten, moeten in het bezit zijn van het vakbekwaamheidsbewijs Knaagdier Bestrijding Agrarisch. Zonder dit KBA-certificaat mogen agrariërs geen rodenticiden kopen, opslaan of gebruiken. Vanaf 1 januari 2017: strengere regels. Agrariërs die rondom gebouwen rodenticiden willen inzetten, moeten werken volgens het protocol IPM Rattenbeheersing. Daarvoor moeten zij in bezit zijn van licentie KBA-GB (gebruik buiten) en het bedrijf laten certificeren door een erkende instantie. De agrariër moet zich bovendien registeren bij het Bureau Erkenningen. Er gold een overgangstermijn tot 1 juli 2017; die is inmiddels verstreken.

Hoe kan melkveehouder zelf ratten blijven bestrijden?
Het behalen van het certificaat Knaagdierbestrijding Agrarisch (KBA) kost circa 80 euro, inclusief examen. Veel regionale AOC's bieden dergelijke cursussen aan. Veehouders die al een spuitlicentie hebben, kunnen de aantekening KBA erbij krijgen op de spuitlicentie, hiervoor is geen examen vereist. Voor KBA-GB is altijd een examen nodig. Inclusief een dag cursus en een examen kost KBAGB circa 160 euro. De certificaten zijn vijf jaar geldig. Daar komen de kosten voor de IPM-audit van het melkveebedrijf nog bij; reken hiervoor op circa 400 euro. Veehouders die geen rodenticiden inzetten, en alleen met vallen en klemmen werken, hebben geen certificaat nodig. Het is niet toegestaan om de buurman, die wel gecertificeerd is, op jouw bedrijf de rattenbestrijding te laten doen. De KBA/KBA-GB certificering is alleen geldig voor het eigen bedrijf. Meer informatie? Op de site van het Keurmerk Plaagdiermanagement staan antwoorden op veelgestelde vragen. http://kpmb.nl/Stichting-KPMB/IPM-Rattenbeheersing/Veel-gestelde-vragen-IPM-Rattenbeheersing


Knaagdierbeheersing op het agrarisch bedrijf (KBA)

Tot 1 juli 2015 geldt voor agrarische bedrijven een vrijstelling om professionele rodenticiden te gebruiken. Vanaf 1 juli 2015 vervalt deze vrijstelling.

Vanaf 1 juli 2015 is voor het gebruik van professionele rodenticiden een vakbekwaamheidsbewijs nodig. Een en ander is vervat in Regeling gewasbeschermingsmiddelen en Biociden, artikel 6.6.d

d. het toepassen van biociden voor het afweren of bestrijden van knaagdieren door een agrarische ondernemer op het eigen bedrijf door een houder van een licentie voor het beheersen van knaagdieren door een agrarische ondernemer op het eigen bedrijf, bedoeld in bijlage VI, onderdeel E, en die daartoe een licentie van bureau Erkenningen van de AOC-Raad heeft ontvangen. De geldigheid van bovengenoemde licentie wordt na afloop van een termijn van vijf jaar door bureau Erkenningen van de AOC-Raad verlengd indien is voldaan aan de eindtermen voor onderwijs als genoemd in bijlage VI, onderdeel F;

Voor het behalen van het vakbekwaamheidsbewijs KBA zijn twee hoofdroutes.

  1. met een geldig vakbekwaamheidsbewijs gewasbescherming
  2. zonder geldig vakbekwaamheidsbewijs gewasbescherming

Toelichting 1- Met een geldig vakbekwaamheidsbewijs gewasbescherming kan een extra kennisbijeenkomst gevolgd worden. Na het volgen van de bijeenkomst wordt aan de deelnemer een nieuw vakbekwaamheidsbewijs thuisgestuurd. Het nieuwe bewijs heeft hetzelfde nummer als het bestaande vakbekwaamheidsbewijs. Op dit nieuwe bewijs staan zijn vakbekwaamheden gewasbescherming en knaagdierbeheersing.

Het vakbekwaamheidsbewijs heeft de looptijd van het gewasbeschermingsbewijs. Nadat voldoende bijeenkomsten gewasbescherming zijn gevolgd wordt de pas verlengd inclusief de knaagdier aantekening. Om dit laatste verlengde vakbekwaamheidsbewijs ook weer te verlengen, dient een nieuwe bijeenkomst KBA gevolgd te worden.

Toelichting 2- Zonder geldig vakbekwaamheidsbewijs gewasbescherming moet een examen worden afgelegd. Nadat de deelnemer geslaagd is, wordt een pasje toegestuurd. Het pasje gaat in op de dag van het examen*. Verlengen van dit pasje gaat daarna ook via een kennisbijeenkomst óf opnieuw examen doen.

In de wet en regelgeving is een wijziging gekomen per 1 januari 2017. Met deze wijziging wordt beoogd het gebruik van anticoagulantia (een rodenticide) te verminderen.

Knaagdierbeheersing gaat uit van de principes van IPM. Integrated Pest Management, oftewel: Geïntegreerde Beheersing.
Dit betekent:

  • Eerst vaststellen wat er aan de hand is.
  • Nemen van preventieve maatregelen
  • Niet chemische bestrijding
  • Chemische bestrijding
  • Evaluatie

Het toepassen van anticoagulantia is het sluitstuk van een reeks van maatregelen.

De wet- en regelgeving maakt een onderscheid tussen de toepassing binnen en buiten bedrijfsgebouwen.

Vanaf 1 januari 2017 gelden voor binnen de regels zoals ze nu zijn.

Vanaf 1 januari 2017 gelden voor buiten, bij het uiteindelijk toepassen van anticoagulantia, bijzondere maatregelen.

  1. Degene die middelen toepast dient een cursus en examen KBA-GB te hebben afgelegd
  2. Het bedrijf waarop het middel wordt toegepast dient gecertificeerd te zijn.